Hoe werkt het?


Zelforganisatie

Je lichaam is het instrument waarmee je zingt.
Het is een complex systeem en beschikt over een eigen soort intelligentie.
Veranderingen in zo'n systeem die van binnenuit ontstaan, dus zonder regie van buitenaf, wordt zelforganisatie genoemd.


Deze verandering door zelforganisatie is niet iets wat je kunt doen. Je kunt het wel uitlokken. Dat gebeurt nu in de lessen. Door de oefeningen, door te luisteren naar de klank en door opmerkzaam te zijn. Ook de trillingen van de klank diep in het weefsel (resonans) spelen een belangrijke rol.


In de praktijk

Als voorbeeld nemen we het strottenhoofd, de plek waar de stembanden zitten. Het strottenhoofd is een orgaan met verschillende functies. Het beschermen van de luchtwegen is een belangrijke primaire functie. Zingen is een hogere (lees: complexere) functie.
De lagere functie moet zich ondergeschikt maken om de hogere, ingewikkelder functie mogelijk te maken.


In de “zang-stand” komen

Bijvoorbeeld als je slikt beweegt je tong naar achteren en naar beneden en gaat het strottenhoofd omhoog. Dat kun je heel goed voelen. Zo kan er geen voedsel of speeksel in de luchtpijp terecht komen. (dat doen we overigens maar liefst 2000 maal per dag, eten en drinken niet meegerekend)

Dat het strottenhoofd als je zingt vaak te hoog staat mag geen wonder heten. Ook dat voel je na een lange of vermoeiende (koor)repetitie. Het strottenhoofd gaat (te ver) omhoog en laat zich niet dwingen.
Via zelforganisatie, vanuit het systeem zelf, kan het strottenhoofd zijn beschermende functie langzaam opgeven en steeds meer in zijn zang-stand terecht komen. Je ervaart meer ruimte. Pas dan wordt zingen echt moeiteloos.