Sprookjes in het Het Stemlokaal


“Ik heb gehoord dat er hier een harp moet zijn en dat niemand het lukt erop te spelen. Ik zou het graag eens proberen.”

Dat werd hem door de hovelingen ten sterkste afgeraden. “Man, je lijkt wel gek! Je kop gaat eraf! Je komt niet levend uit het paleis.”
Maar wat ze ook zeiden, hij hield vol: “Ik wil het toch graag proberen.”

De man betrad het paleis en wachtte af. Ten slotte werd hij naar de keizer gebracht. Die luisterde naar zijn verzoek en zei toen bars: “Goed! Op je eigen verantwoording!”

De harp uit zijn donkere hoek getrokken en met veel moeite alle wenteltrappen op naar boven gesjouwd. Hij werd afgestoft, gestemd en in de troonzaal opgesteld. Gongs werden geslagen en weer verscheen de keizer met zijn hele hofhouding.


Nadat iedereen was gaan zitten verscheen de vreemdeling. Hij boog diep voor de keizer. Daarna ging hij naar de harp.

Toen het eerste akkoord klonk, was het alsof het hele keizerrijk de adem inhield, want de harp begon te zingen. Hij zong en zong van alles waarover hij gedurende al de jaren in het donker gedroomd had...

Hij zong zijn hele leven uit!

Toen de harp eindelijk zweeg, vroeg de keizer: “Hoe is dat mogelijk, dat het al de anderen niet gelukt is en jou wel? Hoe kan dat.”

“Heer” zei de man, “Al die anderen probeerden alleen hun eigen muziek te spelen. Ik daarentegen, heer, liet het aan de harp over haar eigen thema te kiezen. En toen ik aan het spelen was, heer, wist ik niet meer of ik het was die de harp bespeelde – of dat het de harp was…die mij bespeelde!”

De man werd met geschenken overladen en verdween uit het keizerrijk. Niemand heeft hem ooit nog terug gezien...